Reisverslag Tuscia 2016

Reisverslag Tuscia land van de Etrusken

Dit is het reisverslag van de tour naar Tuscia, het land van de Etrusken. Hierin volgt u globaal de route en de excursies naar een prachtig en redelijk onbekend deel van Italië. Vanuit het middeleeuwse plaatsje Bolsena, aan het gelijknamige meer gelegen, hebben we kunnen genieten van mooie natuur, authentieke stadjes maar ook een beroemde stad als Rome. Het is niet de bedoeling om een verslag van minuut tot minuut te maken, met alle gebeurtenissen. Maar dit dagboek geeft meer een algemene indruk, en daarmee hopelijk een stimulans voor geïnteresseerden om ook eens met ons mee te gaan naar het Land van de Etrusken, ofwel Tuscia.

 carte-bolsena

Donderdag 13 oktober 2016 vertrokken we vanaf het wisselpunt in Asten naar het zuiden.

Met een tussenovernachting in Mulhouse en een tocht door de Zwitserse Alpen en langs de Zwitserse meren bereikten we Noord-Italië.

Vrijdag 14 oktober 2016. We reden door de Povlakte langs Milaan en Bologna. Ten zuiden van Bologna beginnen de Apennijnen, de zogenoemde ‘ruggengraat’  van Italië. Dwars door deze bergrug loopt de Autostrada 1. Dit jaar is een nieuw traject van deze belangrijke noord-zuid verbinding geopend; de ‘Direttissima’ die – naam zegt het al – de meest directe verbinding vormt tussen Bologna en Florence. Het is een heel knap staaltje wegebouwkunst van de Italianen. Omdat het traject door de bergen loopt zijn er viaducten en tunnels. Maar in deze tunnels zie je het gevoel voor ruimte en kleur dat de Italianen al eeuwenlang hebben – kijk maar naar de beeldende kunst!

In deze tunnels hoef je geen tunnelvrees te hebben; doordat de wanden wit gepleisterd zijn en er goede verlichting is, heb je helemaal niet het idee dat je in een donker hol komt!

De overnachting in Toscane is in Ronta, in het hotel van de familie Marrani. Daar was het genieten van de eerste huisgemaakte pasta.

Zaterdag 15 oktober

De dag begon met na het ontbijt een introductie op het thema van deze reis, de Etrusken. In de benedenzaal van het zitgedeelte van het hotel hadden Giuseppe en Riccardo Marrani (vader en zoon) een scherm met projectortafeltje en stoelen neergezet. Toen Giuseppe vervolgens ook het verlengsnoer met Europese stekker tevoorschijn had gehaald, kon alles geïnstalleerd worden voor de lezing. Het is altijd spannend voor de spreker, in dit geval Monique, of de techniek meewerkt. Dit bleek zo te zijn, na nog even wat laatste hulp uit het publiek.

Op deze manier konden we kennis maken met het fascinerende en raadselachtige volk van de Etrusken, die vanaf de 8e eeuw voor Chr. Al een bloeiende beschaving hebben voortgebracht in het gebied dat naar hen genoemd is; Toscane en Tuscia. Beide namen zijn afgeleid van de naam die die de Romeinen aan hen gaven; de Tusci (torenbouwers). De reden is, dat de Etrusken hun steden bij voorkeur vanuit strategische overwegingen op heuvels bouwden, omringd door dikke stadsmuren met uitkijktorens.

Vandaag stond bovendien de eerste Etruskische stad van dit programma op het programma; Arezzo. En inderdaad, boven op een heuvel in het oostelijk deel van Toscane gelegen. Maar gelukkig heeft de kennis van de Etrusken een modern vervolg gekregen, want we hoefden niet de heuvel op te klimmen maar de nazaten van de Etrusken hebben roltrappen aangelegd. Zo kwamen we in het ‘centro storico’. Van de Etrusken zelf is alleen iets bewaard gebleven in het archeologisch museum, bij het Romeinse amfitheater. Arezzo heeft een sfeervol middeleeuws centrum, met diverse stadspaleizen, romaanse kerken maar ook antiekwinkeltjes en barretjes waar de Italianen op deze zaterdagmiddag van gebruik maakten.

Zo konden we ons mengen tussen de flanerende inwoners, en ondertussen ook diverse bezienswaardigheden bekijken. We zagen o.a.  in een nis van de hal van het stadhuis een kopie van een beroemd bronzen beeld, de Chimaera, gemaakt door Etruskische metaalbewerkers.

En uit een latere periode een fresco van de 15e eeuwse schilder Piero della Francesca in de Duomo.

Na het bezoek aan Arezzo reden we richting Tuscia, de streek ten noorden van Rome. En daar namen we intrek in ons standplaatshotel; Park Hotel Loriana, ‘direttissimo’ aan het Meer van Bolsena gelegen!

SONY DSC

Zondag 16 oktober 2016

Het was een prachtige dag! Niet alleen stralend blauwe lucht en aangename temperatuur voor midden-oktober, maar een schitterende omgeving! Het hotel ligt inderdaad in een park; een tuin met hortensiastruiken, rozenstruiken, een groot terras en een zwembad. De hoofdingang is bereikbaar vanaf de boulevard langs het meer.

SONY DSC

Dat betekent dat je, andersom, vanuit de hoofdingang het meer direct ziet liggen. Het lag er bij als een spiegel deze morgen. Met het uur van de dag en veranderende weersomstandigheden verglijdt de kleur van lichtblauw, via turquoise, naar donkergroen-blauw en alles wat daartussen zit. Als er aan het eind van de dag een bries opsteekt, gaan de golven met kleine of wat grotere witte schuimkoppen rollen. Het blijft fascinerend, hoe vaak je er ook komt (zoals Bert en Monique)

Vandaag gingen we naar Tarquinia. Ooit één van de belangrijkste Etruskische steden. De stad nu bestaat uit verschillende delen; het middeleeuwse Tarquinia op de ene heuvel en de necropolis met de beschilderde grafkamers op de Monterozzi-heuvel.

Vanuit Bolsena reden we langs de oever van het meer naar het zuiden. We kwamen door Montefiascone, een wijnstadje, waar de beroemde witte wijn Est!Est!!Est!!! vandaan komt. Monique vertelde hoe de wijn aan zijn naam komt. Het heeft te maken met een bisschop die de wijn erg lekker vond. Na Montefiascone stuurde Bert de bus over smalle landweggetjes met aan weerskanten olijfboomgaarden,  kurkeiken, kiwistruiken en wijngaarden. Bert en Monique kennen het gebied goed. Ze hebben er diverse keren gestationeerd gezeten om reizen uit te voeren. Het is hun geliefde streek en ze laten graag van alles zien.

Zo bereikten we Tarquinia.

img_2083

Eerst namen we de tijd in het middeleeuwse centrum. Na een koffiepauze op het plein binnen de poort waar verschillende barretjes waren, brachten we gezamenlijk een bezoek aan het Etruskisch Museum in Palazzo Vitelleschi.

img_2072

Monique vertelde in de diverse ruimtes wat er te zien was en wat mogelijk de betekenis was van diverse voorwerpen. Nog steeds is niet alles bekend over deze beschaving.

Na de lunchtijd reden we naar de Monterozzi-heuvel. Daar ligt de necropolis, de dodenstad. Het klinkt meer luguber dan het is. In de heuvel hebben de inwoners van het oude Tarquinia in de loop van de tijd kamers in de zachte bodem van tufsteen uitgehakt. In die kamers woonden de overledene te midden van gebruiksvoorwerpen, luxe artikelen en schilderingen op de wanden, zodat ze in een herkenbare omgeving hun leven na de dood konden voortzetten. De voorwerpen zijn verspreid geraakt naar musea en particuliere verzamelingen. De schilderingen zijn nog te zien en geven een indruk van het aangename leven van de ‘Bourgondiërs’van de Oudheid, zoals ze ook wel genoemd worden. Via de deur van de kleine huisjes die in de 20e eeuw over de ingang naar de kamers is gebouwd kun je één voor één een kijkje nemen bij de schilderingen (wel achter glas ze te beschermen!)

Maar toch is het dan nog heel bijzonder wanneer je beseft dat ze gemiddeld zo’n 2500 jaar oud zijn.

Het was heel rustgevend, zo wandelend over de heuvel langs de olijfbomen en de ‘huisjes’

Terug naar Bolsena, vanaf vanavond aten we in de groene eetzaal, met uitzicht op het meer.

Maandag 17 oktober 2016

Hoewel Orvieto in Umbria ligt, is het op verschillende manieren met Bolsena verbonden. Het ligt net op de grens van Tuscia en Umbria, aan de andere kant van de helling van de uitgedoofde vulkaan waarin  het meer van Bolsena is ontstaan. Zowel in de Etruskische tijd als in de Middeleeuwen zijn er diverse verbindingen geweest tussen beide steden. Onderweg vertelde Monique ons erover. Bert stopte de bus bij een uitzichtpunt waar vandaan we het plateau met de oude stad al zagen liggen.

img_2088

De oude stad (Urbs Vetus in het Latijn, Orvieto in het Italiaans) ligt op een plateau van tufsteen, een vulkanische afzetting. Om boven te komen, maak je gebruik van een funicolare, een kabeltreintje.  Het brengt je van 123 m naar 280 m hoogte op het plateau en zo wordt 157 m overbrugd. Het eindpunt ligt op Piazza Cahen, aan de voet van de ruïne van een burcht; Fortezza Albornoz.

Recht tegenover het fort en het stationnetje begint de hoofdstraat van Orvieto, Corso Cavour, die we volgden naar het Domplein. Zoals de naam al zegt ligt daar de Dom van Orvieto, die gebouwd is ter ere van het Wonder van Bolsena in 1263. Maar behalve de Dom is er ook het voormalig pauselijk paleis, nu een museum, en het Palazzo Claudio Faina, waar het Etruskisch Museum is gevestigd. Er is zo veel te zien, dat je moet kiezen. Een aantal gingen de dom bekijken en het paleis, en een ander deel wilde nog meer zien van de Etrusken. Monique en Bert gingen mee met het tweede groepje. De verzameling is niet alleen interessant en mooi opgesteld, maar het gebouw zelf is ook mooi gedecoreerd met diverse fresco’s in de kamers.

Uit de tijd dat Orvieto nog Velzna heette in de 6e eeuw v. Chr. is iets bewaard gebleven, wat niet zo bekend is als de andere bezienswaardigheden; het podium van een tempel. Het ligt vlakbij het stationnetje van de funicolare. Het ligt wat lager verstopt in een parkje en gedeeltelijk onder de grond. Monique beschreef  hoe de tempel er ooit uit moet hebben gezien. Toen we weer in de bus zaten, bracht Bert ons via een andere route door het binnenland tussen Orvieto en Bolsena weer naar het hotel. Daar is in dat ongerepte landschap nog iets bijzonders te zien; Civitá di Bagnoregio, il paese che muore. Dat betekent het stervend dorpje, zo genoemd omdat het oude stadje op een klein plateau ligt, alleen verbonden met de buitenwereld via een voetgangersbrug. Er wonen nog maar een paar mensen. Vanaf het pleintje voor de kerk in een ander stadje zagen we goed hoe het dorpje in een soort maanlandschap lijkt te liggen.

Dinsdag 18 oktober 2016

Vandaag vroeg op, want we gaan naar Rome toe!

Vele wegen leiden naar Rome. Bert en Monique wilden opnieuw een deel van Tuscia laten zien en bovendien had Monique in het zomerseizoen bij toeval een nieuwe route ontdekt. We reden langs het meer via Montefiascone, het dorpje van de bisschop die zo van wijn hield. Vervolgens richting de heuvels van Cimino waar de provincie hoofdstad, Viterbo, ligt. Daar namen we de rondweg naar de kust en vervolgens het nieuwe traject van de SS1bis, oftewel de Via Aurelia-bis, die uitkomt bij de kustweg. We passeerden het plaatsje Monte Romano, waarvan Monique wist dat je er met de bus door kunt. Bert vond het spannend en de TomTom ook, want die kende de route ook nog niet.

Langs de kust reden we verder. We zagen Civitavecchia de grote havenstad van Rome. We volgden de Via Aurelia, de rijksweg nr.1, genoemd naar de Romeinse Via Aurelia, de stad in, naar het ‘checkpoint’  van Rome waar touringcars een vergunning moeten kopen om de stad in te rijden.

SONY DSC

Rome heeft een eeuwenlange geschiedenis en bestaat al zo’n 3000 jaar! Vandaar dat je tijdens een bezoek keuzes moet maken. We hebben in ieder geval aan de drie belangrijkste periodes en delen aandacht besteed; het antieke Rome rond het Forum en Colosseum, het Rome van de pauzen en het 17e eeuwse Rome. Tijdens de wandeling door de wijk tussen Piazza Navona en Trevi-fontein zagen we bekende maar ook minder bekende monumenten. De lunch werd ingevuld rond de Trevi-fontein. Een groot deel ging mee naar een restaurant dat Bert en Monique kenden, waar als middagmaaltijd een buffet klaarstond.  Tijdens de wandeling langs het forum speelde het weer even niet mee. En dus werd er geïmproviseerd (wat je altijd in Italië en zeker in Rome moet doen). Bert en Monique haalden de bus op van de parkeerplaats en zo konden we met de ‘eigen’ bus met de vergunning comfortabel naar weer een ander deel van Rome rijden, om daar de S. Paolo fuori le Mura te bezoeken. Het is de tegenhanger van de St. Pieter en geeft een indruk hoe de oude St. Pieter er uit moet hebben gezien. Er bevinden zich schitterende mozaïeken en bovendien de portretten van alle pausen inclusief de huidige, paus Franciscus.

De terugreis naar Bolsena verliep voorspoedig en zo konden we in de groene eetzaal onder het genot van de maaltijd na praten over alle indrukken.

img_2172

Woensdag 19 oktober 2016

Vandaag stond de bus stil, maar wij niet. In Bolsena is ook van alles te zien en te doen. Na het ontbijt liet Monique aan de liefhebbers het een en ander in het middeleeuwse gedeelte van het stadje zien. We namen een kijkje in de kerk van de patroonheilige, Santa Cristina. Niet alleen vanwege de legendes van Christina en de priester uit Bohemen interessant, maar ook vanwege het feit dat het gebouw een mooie staalkaart is van diverse architectuur-stijlen, van vroeg-christelijk tot barok.

Wanneer je vervolgens naar boven loopt vanaf het dorpsplein richting de burcht, lijkt het alsof  je terug gaat in de tijd. Hele smalle straatjes, met kleine huisjes en steegjes en balustrades waar vandaan je mooi uitkijkt over het meer.

SONY DSC

Voorbij de burcht ligt tussen de olijfbomen de opgraving van het Romeinse Volsinii. Bolsena heeft drie namen gehad; Velzna in de tijd van de Etrusken, Volsinii in de tijd van de Romeinen en Bolsena vanaf de middeleeuwen. Het was natuurlijk niet zo’n grote stad als Rome, maar dat heeft tot voordeel dat het heel rustig is bij de opgravingen. Bert signeerde in naam van de groep het gastenboek. En zo maakten we een wandeling tussen de oude muren. Monique wees het een en ander aan.

We zagen het Forum, de winkelstraat met behalve winkels ook de openbare toiletten. En we liepen door een straat met woonhuizen, waar de resten van de mozaïekvloeren en wandschilderingen van heel dichtbij te bekijken zijn.

In de middag kon er bij een plaatselijke wijnboer geproefd worden.

Donderdag 20 oktober 2016

Helaas verlieten we vandaag Bolsena. Maar de reis was nog niet afgelopen. Opnieuw een mooie route door Tuscia. Vanuit Bolsena reed Bert ons door het grensgebied van Tuscia en Toscane. Diep verstopt in de bossen en heuvels liggen kleine stadjes waar de Etrusken nog lang hebben gewoond. We reden over een soort hoogvlakte en opeens veranderde het landschap en kwamen we door diepe, door de rivier de Lente uitgesleten dalen. Maar niet alleen de rivier heeft dalen gegraven, ook de Etrsuken, die in het tufsteen de zogenaamde Vie Cave (uitgehakte wegen) hebben gemaakt. We konden ze zien vanuit het plaatsje Sorano.

SONY DSC

Daarna reden we door de streek rondom de Monte Amiata, de hoogste berg van Toscane. We stopten bij de Poderina Toscana, in the middle of nowhere aan het einde van een weggetje waar Bert ons weer vaardig over heen leidde. Daar konden we genieten van een lunch met Toscaanse crostini met de plaatselijke olijfolie, en een pasta met een saus van Cavolo Nero (Italiaanse boerenkool, zoals de naam is waarmee deze groente de laatste tijd in Nederland bekend is geworden) In de boomgaard staan olijfbomen die gemiddeld drie-  tot vierhonderd jaar oud zijn!

De overnachting was aan de Toscaanse kust. In deze tijd van het jaar is het er zeer rustig en je moet dan ook goed zoeken naar een doorgang naar het strand om langs de vloedlijn te kunnen wandelen!

Vrijdag 21 en zaterdag 22 oktober 2016.

Vanaf de Toscaanse kust gingen we naar het noorden. Via la Spezia reden we door het westelijk deel van de Apennijnen en zo bereikten we weer de Povlakte. Langs Milaan en door Zwitserland bereikten we Mulhouse voor de laatste overnachting van deze reis. Op zaterdag namen we de route door Luxemburg terug naar Nederland. En zo kwam er een eind aan een mooie reis naar ‘het andere Italië’ zoals één van de reisgenoten het omschreef.