Toscane 2011

Najaarsreis naar Toscane, oktober 2011

Zaterdag 15 oktober 2011

Gisteren had Bert de bus al gehaald en ingepakt, verstandig, want vanmorgen was het vroeg dag. Vertrek uit Ugchelen om 7.30. De auto’s werden geparkeerd op het pad, of op de parkeerplaats tegenover. In Velp stapten de andere reisgenoten in om 8.00 uur. Terwijl we over de Veluwe naar het zuiden reden werd het licht. Het beloofde een mooie dag te worden, hoewel dat ook een keerzijde bleek te hebben.

Alles verliep volgens schema, we reden Duitsland binnen, Bert introduceerde ons voor degenen die ons nog niet kenden en noemde voor de eerste keer het gevleugelde woord “Gezellig Moment” ofwel een “ge-emmetje”. We stopten bij Peppenhoven, daarna door de Vulkaneifel over de A61. Het was nog steeds stralend weer, en dat begon een beetje lastig te worden. In deze tijd van het jaar staat de zon laag en die scheen dus recht in onze ogen.

De volgende stop was even weg van de snelweg. Alvast een voorproefje op het eind van de reis, de Südliche Weinstrasse. Het plaatsje Edenkoben heeft een echte parkeerplaats voor de bus, waar vandaan je makkelijk in het centrum komt. Op het plein een standbeeld van koning Ludwig I, die dit gebied het mooiste deel van zijn koninkrijk noemde. Het is ook prachtig, ook al was Edenkoben op een zaterdagmiddag, zoals ook andere plaatsen in Duitsland, nogal rustig. Maar gelukkig was er toch het een en ander open. En het zonlicht over de herfstkleuren was schitterend!

Verder naar Frankrijk. Via Kandel naar de Elzas. Rechts van ons de heuvels van de Vogezen, met tegen de hellingen opnieuw wijnstadjes en op de toppen burchten. Eén ervan was Haut Königsburg (hoe zouden ze dat hier uitspreken?) Aan de voet ervan op de parkeerplaats het eerste “ge-emmetje” van de reis, met wijn van Bagnarol en zoutjes erbij. In het wegrestaurant ging ik op zoek naar petjes voor Bert en mij, want het begon nu toch heel onprettig te worden, de zon constant in je ogen. De petjes bleken afgeprijsd! (We blijven Nederlanders)

We overnachtten in Mulhouse centre. De Tom Tom leidde ons naar het Mercure hotel, waar de receptie een parkeerplaats geregeld had voor de bus, pal voor de ingang. Heel attent. Uitladen en inchecken. Het eerste diner van de reis. We waren de enige gasten zo te zien. Na het eten de benen strekken en kijken of er nog iets van het historisch centrum te ontdekken viel. Het was niet heel makkelijk te vinden, maar via passages en steegjes, stonden Bert en ik plotseling toch op het plein met het beschilderde raadhuis. We konden niet iedereen meer bereiken om ze deze tip te geven, maar een aantal wel. Daar stonden we dan op het plein. Niet te lang, want het werd al aardig koud.

Zondag 16 oktober 2011

Vandaag de tweede etappe naar Marina di Pietrasanta, van waar uit we Toscane zouden verkennen. Opnieuw mooi weer, maar we begonnen met nevel. Via Basel door Zwitserland. Baselbiet in de mist, terwijl de snelweg ons hoger voerde, kwamen we met ons hoofd in de wolken terecht. Maar gelukkig op het juiste moment trok de mist op. En tot onze vreugde bleek de pas over de Gotthard nog open! Dat betekende dat we nog iets heel moois aan de reis konden toevoegen. De pas is een schitterende weg, door een kloof, langs de Teufelsbrücke, langs Andermatt, naar het hoogste punt op2108 meter. Het lijkt of je in een andere wereld bent. We namen er de tijd om te genieten. Sommige mensen zaten om 11.00 uur al aan de braadworst.

Verder naar Italië, via Como richting Milaan. We hadden nu geluk met het weer, de vorige reis naar Italië, naar Bolsena, in de herfstvakantie twee jaar geleden viel er natte sneeuw in de Alpen. Bij Parma door de Apennijnen over de A15. Zo bereikten weLa Spezia.Dezon stond nu precies goed, om de marmergroeven van Cararra goed te kunnen zien. Als we tijdens de reis Hoogtepunten van Italië daar langs komen, zitten we op een ander tijdstip van de dag. Dan vallen ze minder op, zelfs bij helder weer.

Zo bereikten we Versilia, de Toscaanse kust en namen intrek in Hotel Il Caravaggio. Marina di Pietrasanta is in deze tijd van het jaar al vrij rustig, maar er bleek gedurende het verblijf nog wel iets te doen. Het strand voor een wandeling of een zwempartij was100 meterlopen. Het hotel zelf, daar hadden Bert en ik in 2005 gestationeerd gezeten voor 7 weken. Inmiddels was het van eigenaar veranderd. Daar moesten we het mee doen.

Maandag 17 oktober

De eerste excursie, naar Cinque Terre, want de weersvooruitzichten waren opnieuw goed. Dan moet je er gebruik van maken voor een excursie, waarvoor het weer heel belangrijk is. (En hoe … dat merkten we toen we weer thuis waren! Opnieuw veel geluk, de week erna noodweer en overstromingen! Maar nu niet) Cinque Terre zijn, de naam zegt het al, vijf stadjes die tegen de rotsen van de uitlopers van de Apenijnen, zijn ‘aangeplakt’ Aan de ene kant de rotsen met wijngaarden, subtropische plantengroei en vissersplaatsjes, aan de andere kant de zee, met baaien, waar je het water in kunt. Dit alles behoort tot een beschermd natuurgebied.

Vanuit Marina di Pietrasanta reden we naarLa Spezia, een havenstad en marinebasis. Vanaf de autostrada zie je het grote containeropslagterrein.La Speziais een vrij moderne stad, we kwamen langs het water met pleinen. Hoge gebouwen met arcades en de marinebasis. Aan de andere kant van de haven reden we route naar de bergen op. Hier werd het landschap al mooi, met subtropische plantengroei, pijnbomen. We kwamen steeds hoger en zagen in de diepte de zee. Achter het tweede dorpje, Manarola, is een parkeerplaats, waar ook de bus kan staan. Een beetje passen en meten. Iedereen zat aandachtig op een muurtje te kijken hoe Bert parkeerde. Een mooi gezicht.

Via een trappetje kwamen we in een rivierdal terecht. Het was soms behoorlijk steil. We bereikten de rand van het dorpje, waar een plateau was met een kerkje. Door smalle steegjes en over trappetjes kwamen we op het centrale plein en de ingang van de tunnel naar Rio Maggiore. Het waaide er nogal, maar ik wilde toch iedereen even wegwijs maken en tijd en plaats afspreken. Daarna kon er gewandeld worden, koffie gedronken, eventueel door de tunnel naar Rio Maggiore via de Via dell’Amore, een geplaveid pad waar je voor moet betalen.

Zodra je in de zon kwam werd het aangenaam. Een groot aantal volgde het pad vanuit Manarola richting Corniglia, het derde dorpje. Helaas kwamen we niet ver, want het pad bleek al snel afgesloten met een groot hek. Het pad was onbegaanbaar vanwege een aardverschuiving, die te zien was. Maar je kon vanaf dat punt ook naar boven. Heel mooi tussen de wijngaarden door, langs de begraafplaats, met uitzicht op zee. (Niet dat je daar dan nog veel aan hebt) en blijkbaar met airco, want er waren zonnepanelen bevestigd op de daken van de graftombes! Een heel surrealistisch effect.

We klommen met een heel stel zo hoog mogelijk, waar we uitkeken over een schitterende zee. Daarna was het tijd om te eten. Bijvoorbeeld een antipasti di mare-schotel. Genieten!

Terug naar de bus, uiteindelijk had iedereen weer de route gevonden. Maar we gingen nog niet meteen terug naar MdP. Eerst een kleine toegift, want het leek ons wel leuk ook iets te laten zien van het oude stadje Pietrasanta, dat heel mooi tegen de Apuaanse Alpen ligt. ’s Avonds, als je op het strand staat en de zon is ondergegaan en de lichtjes gaan aan, kun je de oude stad prachtig zien liggen.

Het bestaat uit een stadspoort, beschreven door de 19e eeuwse Italiaanse dichter Carducci, met daarachter een enorm plein, met terrasjes, een reusachtige kathedraal en verspreid in het stadjes allerlei galeries en werkplaatsen van kunstenaars, met name beeldhouwers. We zijn immers in het gebied van de marmer groeven. Heel sfeervol. Er kon geflaneerd, gewinkeld, gefotografeerd worden. Sommige personen sloegen toe om souvenirs te kopen, zoals voetbalshirtjes voor thuis. Rugbyshirts waren er niet.

Henk van Doren en Nel bleven eerst bij het station, dringend aan een sigaret toe na de enerverende terugkeer uit Cinque Terre. Maar uiteindelijk waren ze toch ook nieuwsgierig en zagen we ze later op een terrasje zitten. Dat is echt vakantie!

Dinsdag 18 oktober

Vandaag stond Florence op het programma. Dus eerder starten dan gisteren, iets verder rijden. Bovendien is Florence een stad waar heel veel te zien is, dus daar moet je de tijd voor nemen. Ondanks het vroege uur waren er toch twee personen die nog eerder op stonden, om te zwemmen, Bruderherz en Schwesterlein (om met Bert te spreken). Gisteren geloofde niemand dat Jacquo en ik dat zouden doen, dus .. De nachtportier kon zijn ogen niet geloven. Het was heerlijk, het water was nog aardig warm. Het werd pas koud als je uit het water met je blote voeten op het koude zand kwam.

Op naar Florence via de Autostrada A11. In Florence moet je met de touringcar eerst naar een ‘checkpoint’ (op z’n Italiaans uitgesproken) om de vergunning te kopen voor het uitstappen en parkeren. Daarna staken we de rivier de Arno over om vanaf een heuvel te genieten van een prachtig uitzicht over de stad. Daar zie je goed hoe de stad in een rivierdal ligt, omringd door de Toscaanse heuvels. Daar was tijd voor koffie met een stroopwafel (een gm-etje) en ook om een heel mooi kerkje te bekijken, de San Miniato al Monte. De kerk werd gebouwd in de 11e eeuw van wit en groen marmer. Het plafond is van hout en onder het koor bevindt zich een crypte waar de relieken liggen van de heilige Miniatus, een rijke Armeense koopman (of prins … wordt ook wel verteld), die vanwege zijn geloof werd onthoofd, maar daar niets van merkte. Hij pakte zijn hoofd op en stak de rivier over, naar de plaats waar later de kerk verrees. De bouw is betaald door het rijke wolhandelarengilde van Florence, de Calimala. Op de facade staat hun symbool, een adelaar met een baal wol in zijn poten.

Langs de Arno stapten we vervolgens uit om naar het centrum van de stad te lopen. Eerst stond de Santa Croce kerk op het programma. Het is een voormalige Franciscaner kerk, waar zich de graftombes bevinden van beroemde Toscaners. De refter is ingericht als museum. Hier is o.a. het houten kruis te zien, geschilderd door Cimabue in de 13e eeuw. Het is één van de kunstwerken die werd beschadigd bij de grote overstroming van de Arno in 1966. Op de wand bij de Pazzi-kapel in de kloosterhof is te zien hoe hoog het water toen stond. Verbijsterend!

De wandeling door het centrum voerde naar het Piazza della Signoria met de vele beelden zoals van hertog Cosimo. Daar zagen we een andere adellijke, of zelfs koninklijke persoon, wat eigenlijk niet de bedoeling was van de beveiliging. Koningin Beatrix was incognito in Florence. Nico mocht geen foto maken. Ik dacht eerst dat het een grapje was. Henk Neugebauer was de eerste die het zei, later door anderen bevestigd.

Het werd tijd om te lunchen. Bert en ik namen Jacquo en Bim mee naar een lunch-adres dat we kenden van eerdere bezoeken, Slowly heet het. De eigenaar is erg aanwezig, praat met iedereen, legt de menukaart uit. We namen het dagmenu met het saladebuffet. Het uitserveren was geheel in overeenstemming met de naam van het restaurant. Dat betekende dat ik na de pasta met broccoli en de salade, de rest overliet aan de disgenoten, want ik moest op tijd zijn voor het tweede deel van de wandeling. Vervolgens naar het plein met de dom en doopkapel, naar het Piazza della Repubblica, naar de Arno met de oude brug, de Ponte Vecchio. Op de brug eindigde de wandeling en kon iedereen de rest van de middag naar eigen idee invullen. Ofwel naar palazzo Pitti en de Boboli tuinen, ofwel de koepel beklimmen, ofwel allebei.

Jacquo en Bim waren inmiddels vanachter een groepje toeristen heel theatraal letterlijk opgedoken. Wij liepen naar het huis van Dante en het kerkje waar Beatrice begraven ligt, ik liet zien waar ik op school gezeten heb, en we dronken een spremuta op een terrasje. Dat is echt vakantie. Bim fotografeerde de mussen op tafel.

Gelukkig vond iedereen de bus weer op tijd terug, op hetzelfde punt aan de rivier. Jos de Mul had met de familie Peters in het plantsoen aan de Arno gezeten. Hans, Hannie, Nico en Trijnie keerden terug van een heel afwisselend bezoek; van de Boboli tuinen tot en met de toren van de Dom. Het was opnieuw een mooie dag geweest; iedereen had op zijn of haar manier een indruk van Florence gekregen.

Woensdag 19 oktober

Vandaag het andere Toscane. Een rit door de natuur van Toscane, langs kleine stadjes, naar het Amiata-gebied, waar we een speciale lunch zouden hebben. Ook weer bijtijds op. En vandaag had zich iemand aangesloten bij de zwempartij. Jacquo, Bert en ik trokken ons fleece-jack aan over de badkleding om een duik te nemen.

Voor vandaag was de weersverwachting iets minder positief, er zou een front overtrekken. Het was afwachten hoe snel dat zou gaan en waar de regen zou vallen. In ieder geval zouden we een deel van de dag overdekt zitten, hoewel het natuurlijk wel veel mooier is als je het Toscaanse landschap met zon kunt zien en niet onder een grijze lucht.

Maar het begon goed. We reden naar het zuiden, langs Pisa. Ter hoogte van het vliegveld Galileo Galilei draaiden we de Fi-Pi-Li op (verbindingsweg tussen Florence, Pisa en Livorno) en reden we een stukje door het dal van de Arno tot de plaats Empoli. Daar weer naar het zuiden, langs Certaldo, de geboorteplaats van de schrijver Bocaccio, vooral beroemd door zijn werk Decamerone, een raamvertelling die zich afspeelt tijdens de grote pestepidemie. We reden langs het nieuwe gedeelte en zagen op de heuvel Certaldo Alto, het oude centrum, liggen.

Ook prachtig op een heuvel gelegen de burcht van Monteriggioni, één van de vestingen van de stadstaat Siena. De muren met 13 torens zijn grotendeels intact. Daar hielden we een koffiepauze. Binnen de muren is een groot plein, de muren zelf zijn te bezichtigen, wat door een aantal meteen gedaan werd. Vanuit de poort aan de andere kant heb je schitterend uitzicht over het Toscaanse landschap. We hadden langer willen blijven, maar er stond vandaag nog meer op het programma (zelfs tot vanavond toe!)

In deze excursie stond het land centraal, niet zo zeer de beroemde steden, dus we lieten Siena nu links liggen. Ten zuiden van de stad kwamen we in het gebied van de Crete. Het is een belangrijk landbouwgebied, waar tarwe en gerst worden verbouwd. In het voorjaar zijn de kale heuvels lichtgroen van kleur als het graan opkomt, vanaf juni lijken de heuvels van goud te zijn, als het graan rijpt en na de oogst zie je de kleur van de aarde van Toscane, van stopverf-achtige kleur tot diep donker roodbruin, terracotta kleur. Zo hier en daar groeien cipressen.

De route door de Crete ging over de Via Cassia; de naam van de oude Romeinse heerweg is bewaard gebleven. Het traject werd in de Middeleeuwen gebruikt door pelgrims op pad naar Rome. We bereikten het dal van één van de andere rivieren van Toscane, de Orcia. Bij Castiglione d’Orcia reden we de bergen in, naar de omgeving van de hoogste berg van Toscane, de Monte Amiata. Het landschap veranderde weer, het werd ruiger. Opnieuw mooie vergezichten. Bij een picknickplaats, waar zowaar gerekend was op een bus voor de parkeerplaats, was er een gm-etje. Soep met hapjes als een soort antipasti voor de lunch.

Die was zoals gezegd bijzonder. Bij Monte giovi reden we een weggetje in dat zo breed was als de bus. Aan het eind lag een Toscaanse boerenhoeve, midden tussen de olijfbomen. Ook dit is Toscane! Bert parkeerde de bus tussen de olijfbomen. We werden welkom geheten door Davide die ons meenam naar de olijfboomgaard, waar bomen stonden die tussen de 500 en 1000 (!) jaar oud waren. Hij liet ook de kelder zien waar later de olie wordt geperst. Hij vertelde heel gedreven, maar rustig. Wachtte iedere keer tot ik alles vertaald had. Beantwoordde uitgebreid de vele vragen die gesteld werden. En hij liet ons op een hele duidelijke en grappige manier zelf ervaren het verschil tussen goedkope olijfolie en de ambachtelijk vervaardigde olie. Het was heel interessant. Daarna liepen we via de veranda naar de grote hal. Op het terras hingen rode druiven te drogen. Het rook er heerlijk. De druiven waren bestemd voor een rode variant van de Vin Santo, de dessert wijn die van witte druiven wordt gemaakt. We wisten niet dat er ook een rode bestaat. In de grote binnenruimte stonden lange tafels. De grote ramen gaven uitzicht op het landschap. Zoals altijd was er geïmproviseerd, in plaats van de hapjes op een buffet (vandaar dat we de antipasti hadden bedacht) een uitgebreide maaltijd. De pasta werd uitgeserveerd, en vervolgens verschenen er borden met allerlei hapjes, ham, pecorino, olijven. Daarbij de wijn van het bedrijf.  Velen namen iets mee voor thuis. Ook hier had niemand haast om te vertrekken, maar uiteindelijk namen we afscheid.

De route terug liet nog een ander deel van Toscane zien. Via Paganico, door het dal van de Ombrone, langs de stad Grosseto, de hoofdstad van de Maremma, en toen over de A12 terug naar MdP.

Het diner was vanavond iets vroeger, om 7 uur. Want na het eten reden we naar Pietrasanta. Maandag tijdens ons bezoek hadden enkelen gezien dat er een concert van een koor uit Groningen was in de dom. Het zou om 9 uur beginnen. We waren precies op tijd, dachten we. Maar het koor bleek nog bezig te zijn met inzingen. Het was een heel mooi effect; de dirigent kwam naar ons toe om in zijn beste Italiaans uit te leggen dat het een kwartier later begon. Maar hij zag de gezichten en dacht waarschijnlijk, nee, dit zijn geen Italianen, en merkte toen waar we vandaan kwamen. Dat was een verrassing!

Dus eerst een café of iets anders in de bar op het plein. Inmiddels arriveerden andere belangstellenden, ook twee met een taxi! Onno en Nel hadden de bus net zien wegrijden en besloten toen heel voortvarend meteen een taxi te nemen.

Het was heel bijzonder, de Italianen waren erg enthousiast, maar het was leuk te zien dat de afvaardiging uit Nederland het aantal toeschouwers verdubbeld had.

Donderdag 20 oktober

We werden wakker van de regen! Gisteren hadden we enorm geluk gehad met het weer! We hoorden bij thuiskomst dat het in MdP de hele dag had geregend. Maar nu zag het er toch somberder uit. Het was grijs en bij tijd en wijlen kletterde het hard. Geen zwempartij vanmorgen.

Vandaag naar Lucca en Pisa. We moesten maar afwachten wat we met het weer aan konden. Toen we in Lucca bij het checkpoint kwamen, stortregende het. Bert kon nauwelijks het kantoortje bereiken. Dat bleek gesloten te zijn. Het papier dat op de deur was geplakt gaf vage informatie. Dan maar gewoon naar de Porta Santa Maria. En…wonder boven wonder, toen we uitstapten werd het droog!

We liepen door de poort naar de opgang naar de stadsmuur. Eén van de bezienswaardigheden van Lucca is de 16e eeuwse vesting die nog helemaal intact is. Je kunt er helemaal overheen lopen, rondom het oude centrum, langs de platanen die geplant zijn in opdracht van Elisa Bonaparte, de zus van Napoleon. Zij resideerde hier als koningin van Etruria.

Vanaf de muur konden we precies in de tuin van Palazzo Pfanner kijken. Vervolgens liepen we naar beneden, langs één van kerken van Lucca, de San Frediano, waar Santa Zita begraven ligt, een populaire heilige van de stad. De kerk is genoemd naar de eerste bisschop van Lucca, een van oorsprong Ierse monnik. Op de facade is een schitterend mozaiek te zien, dat inderdaad voorzichtig begon te glinsteren in de zon die langzaam tevoorschijn kwam.

We bekeken de voorstelling; Christus als pantokrator in een mandorla. Ik legde uit wat het betekent. Maar na al die zware regenval was het tijd voor iets luchtigs. Tineke merkte op dat de wonden van Christus op zijn voeten er een beetje vreemd uitzagen. Jacquo vond het net teenslippers, Flipflops zei Adri, Jandals, zei ik. Zo kan ie wel weer.

Op de plaats waar de Romeinse arena ooit was namen we tijd voor koffie. Daarna door de Via Filungo naar een ander plein, waar in de Romeinse tijd het forum was. Daar bevindt zich weer een andere kerk van Lucca, de S. Michele in Foro. En ook de Dom, de S. Martino, bekeken we. Allemaal zijn ze gebouwd is de Toscaans-Romaanse stijl. De facades zijn versierd met rijen zuiltjes. Bij de Dom zagen we het labyrint bij de ingang en binnen het Laatste Avondmaal van Tintoretto.

Er is van alles te zien en te doen in Lucca. Het is heel sfeervol, smalle straatjes, mooie middeleeuwse paleizen en kerken, ook mooie winkels, en natuurlijk het geboortehuis van Puccini, waar zijn standbeeld staat. Hij zit heel nonchalant, onderuit gezakt op een stoel met een sigaret in de hand.

Na de lunch reden we naar Pisa. Bert zette ons af bij het begin van de route naar het Campo dei Miracoli. Het is een lastige route, niet ver, maar je moet een spoorwegovergang over. In Pisa is het meestal erg druk met veel groepen die komen kijken hoe scheef de toren staat. En al die groepen moeten veilig het spoor over, liefst allemaal samen voordat de bomen voor minstens vijf minuten dichtgaan als er een trein in de verte aankomt. Dan moeten de auto’s er ook nog tussen door. En als je er dan over bent is het gevaar nog niet geweken, want dan liggen de zakkenrollers op de loer. Ik waarschuwde er al voor op de heenweg.

Zonder problemen bereikten we het plein, waar veel mensen zich staan te verbazen. Het blijft een wonderlijk gezicht om te zien hoe scheef die toren achter de kathedraal staat ‘te hangen’. In het Italiaans heet de toren dan ook ‘Torre pendente’ ofwel ‘hangende toren’. Ik maakte wegwijs, liep met enkelen naar een ander, niet zo bekend, plein, waar het paleis en standbeeld van Cosimo de Medici staat. En we namen een kijkje in de S. Matteo, waarvandaan je een andere blik op de toren hebt.  Anderen sprintten meteen weg, omdat ze de toren wilden beklimmen. Zo kon ieder weer doen wat hij of zij wilde. Foto’s maken, foto’s van al die toeristen die doen of ze te toren recht duwen, de kathedraal van binnen bekijken, want die is zeer de moeite waard, of op een terrasje zitten.

We verzamelden weer bij de poort en aanvaardden de terugtocht. Die verliep met hindernissen, maar gelukkig liep het uiteindelijk goed af. Nu waren er de zakkenrollers, die heel agressief waren. Eerst belaagden ze Bea. Uiteindelijk hadden ze de portefeuille van Onno te pakken. De voorhoede had niets in de gaten en was het spoor al over. Langzaam gingen de bomen dicht. De achterhoede was bezig de zakkenrollers te lijf te gaan. Bim maakte, zoals gebruikelijk, foto’s, maar in dit geval had dit zeker invloed op de goede afloop. De zakkenrollers zagen het en hoorde Bim ‘Police, Police’ roepen. Ze renden weg, maar toen kwamen ze terug en gaven de portefeuille aan Elmar. Die dacht eerst, ‘wat moet ik hiermee’ en wilde het over het hek langs de spoorlijn gooien. Maar gelukkig bedacht hij zich, keek er in en zag een paspoort en pasjes. Inmiddels wist de voorhoede aan de andere kant van de spoorbomen dat er iets gebeurd was. Oscar stond aan de gesloten spoorboom en fungeerde als verbindingsofficier tussen de voor- en achterhoede aan weerskanten van de spoorbaan. We riepen over de spoorbomen heen naar elkaar de stand van zaken en zo wist Onno dat alles goed was afgelopen. Alweer een wonder, alles zat nog in de portefeuille!

Dat was Pisa!

Terug in MdP kon er opnieuw genoten worden van een prachtige zonsondergang. Verschillende gingen het dorp in om te winkelen: naar de supermarkt of de groenteboer om Italiaanse delicatessen te halen, of naar de patisserie om iets voor de volgende dag te bestellen.

Vrijdag 21 oktober

Alweer de laatste excursie, naar Volterra. De stad behoorde ooit tot de machtige Etruskische stadstaten van de Twaalf stedenbond. Maar eerst weer zwemmen! Nu sloten zich nog twee personen bij ons aan, Hans en Nel Petiet! Het was zwaan kleef aan. Mooi gezicht hoe de nachtportier elke ochtend verbaasder keek.

Vandaag was ook om een andere reden een bijzondere dag; de verjaardag van Nico. Er werd dus gezongen terwijl we MdP uitreden.

We zochten eerst de A12 op, ten zuiden van Pisa weer de Fi-Pi-Li en vervolgens bij Pontedera een mooie route binnendoor, via het dal van de rivier de Era. Pontedera betekent brug over de Era. Het is één van de zijrivieren van de Arno. Er zijn in Toscane veel rivieren, dat merk je als je het gebied doorkruist. Negen kilometer vóór Volterra begon de weg omhoog door het gebied van de balze. Dat zijn aardverschuivingen, veroorzaakt onder meer door de zware aarde van Toscane die van de heuvels afschuift, daarbij vaak geholpen door aardbevingen. Soms worden gebouwen meegesleurd door de aardverschuiving zoals ooit aan de rand van Volterra is gebeurd.

De stad ligt prachtig boven op een heuvel. Aan de rand van het oude centrum is het uitstappunt op een pleintje van waar uit je de koepel van de doopkapel en de toren van het Palazzo dei Priori al kunt zien. Hier was eerst een gm-etje, een speciale, want Nico trakteerde bij de koffie!

Het was opnieuw schitterend weer, een stralend blauwe lucht. Maar het was heel koud! De temperatuur was na het regenfront naar beneden gezakt en bovendien waaide het behoorlijk, vooral daar bovenop de heuvel!

We liepen na de koffie gezamenlijk naar het plein met de middeleeuwse stadspaleizen. Daar had iedereen even tijd voor zichzelf vóór we begonnen met een kleine oriëntatiewandeling. Volterra is niet heel groot, maar heel sfeervol en karakteristiek. Bovendien zijn er uiteenlopende zaken te zien; een Etruskisch museum, de middeleeuwse paleizen, het albast en een prachtig park bij de burcht. Bert en ik kenden dat nog van een andere reis, met de dames uit Schellingwoude.

Ik ging naar de VVV voor plattegrondjes voor iedereen. Daar kwamen ook Trijnie en Nico naar toe. Ze waren op zoek naar een kousenwinkel om een legging voor Trijnie te kopen. Ik kon er meteen naar vragen bij de balie en ze de weg wijzen. Toen we begonnen met de wandeling zag Tineke de legging, vond dat een goed idee en glipte tijdens de wandeling even snel de winkel in om er ook één te kopen. Als je vertrekt ’s morgens bij stralend mooi weer heb je niet in de gaten dat het zo koud kan worden.

Na de wandeling verspreidde iedereen zich; naar het museum, of eerst winkelen, want hier in zo’n klein stadje moet je nog wel rekening houden met de siesta, souvenirs van albast kopen, lunchen en wandelen in het park waar enorme pollen pampagras met witte pluimen stonden. Er lag er één op de grond. Bert raapte hem op, dat was echt iets voor zijn moeder. Hij legde hem achter een struik, om hem later op te halen als hij de bus ging ophalen.

Zijn moeder was er heel blij mee toen Bert de pluim gaf bij het instappen. En Adri was blij dat het gelukt was met het albast. Er werd een speciaal hoekje gecreëerd in het luik boven de achterwielen om het te vervoeren.

Terug naar de kust via een andere route, weer een rivierdal, van de Cecina.  Bij de stad Cecina bereikten we de kust. We hadden nog een verrassing in petto; ten zuiden van de havenstad Livorno namen we weg direct langs de zee aan de ene kant en kalksteenrotsen aan de andere kant. We keken uit naar een parkeerplaats voor de bus, want er was nog een gm-etje! Bert en ik hadden bij de patisserie een schaal met Petit fourtjes gekocht. Het was heel mooi ingepakt, zoals ze dat alleen in Italiaanse pasticerie kunnen. Jacquo en Thea hadden voor spumante gezorgd, en Henk en Joke voor knabbels erbij. Nog een keer proosten op de verjaardag van Nico en op de goede afloop van de reis! De Italianen die langs reden keken hun ogen uit, sommigen toeterden en zwaaiden. Zo’n stel levensgenieters kunnen ze wel waarderen.

Bert en Bim gingen aan de wandel, op zoek naar een pad langs de rotsen naar beneden. Het was maar goed dat Bim alles in de gaten hield, want het pad bleek nogal steil en bijna hadden we geen chauffeur meer gehad! Ik praatte met Henk Neugebauer over wijnen, en over Nieuwzeelandse wijnen in het bijzonder.

De laatste avond in MdP. Nog één keer genieten van de zonsondergang op de pier. Verschillende personen zwermden uit, we zagen José op de pier, Clara op het strand, Nel die er een sfeervolle foto van maakte. Nog één keer gingen de familie Temmink en Neugebauer naar hun stamkroeg, waar de Italianen er inmiddels een beetje aan gewend waren dat er plotseling aan het eind van het seizoen nog Nederlanders waren die wel iets wilden drinken. En nog één keer het Italiaanse theater bij het diner. De Velp-Hoornse tafel onderhandelde over de wijn.

Bert en ik kwamen net op tijd voor het diner. We waren nog even boodschappen gaan doen bij de Esselunga. Een beetje stressvol tussen alle winkelende Italianen die alle tijd hadden, terwijl wij aan tijd gebonden waren en toch iets goeds wilden uitzoeken. Maar uiteindelijk was alles gelukt.

Zaterdag 22 oktober

Vanmorgen vroeg op: vertrek naar het noorden. Daarom had ik om een wekservice gevraagd. Die moet nog klinken. De meesten werden vanzelf wel wakker, van hun eigen wekker of omdat ze verbaasd wakker werden van degenen die al zo vroeg rondliepen en er toen tot hun schrik er achter kwamen dat het helemaal niet meer zo vroeg was! Eén persoon sliep rustig door; Bim. Dus naar de receptie, waarom geen wekservice. De nachtportier deed alsof het niet aan hem lag, liet zich nog een keer van de ‘allerbeste’ kant zien en Bert uitte zijn frustratie. Naar de kamer van Bim gehold, op de deur gebonsd. Bim deed met een slaperig hoofd open in de veronderstelling dat de wereld verging. Dat bleek (nog) niet het geval.

Gisteravond al circus met afrekenen van drankjes. Jammer dat Massimo geen eigenaar meer is van dit hotel. Daar hadden we goede ervaringen mee. Men zat een beetje apathisch achter de receptie te kijken hoe deze laatste groep van het seizoen vertrok. Zo, nu kon tenminste het licht uit. De verwarming was al uit en de wijnkaart leeg.

De eerste etappe van de terugreis was bijna identiek aan de tweede etappe van de heenreis; overnachting in Mulhouse-Sausheim. Maar vanaf de andere kant zag het er toch weer anders uit. Bovendien waren er wel wat verschillen. De pas over de Gotthard was dicht, het had iets gesneeuwd. Als alternatief, en ook als een extraatje van onze kant, was er een picknick in Zwitserland. De stop was bij Bellinzona. Achter het wegrestaurant ligt, zo wisten we uit ervaring, een dijk langs de rivier de Ticino. Achter de dijk een grote Alpenweide met houten tafels en banken en daar kon met goede samenwerking een picknick voor 31 personen worden klaargemaakt. José ging de druiven en de kerstomaatjes wassen. De familie Peters hielp met alles uit de bus pakken. Jacquo zette de bordjes neer. Anderen speelden in de alpenwei. We hadden Pane Integrale (jawel!), ham en kaas, olijven, druiven tomaten, wijn, bier, frisdrank. Het was geweldig! En opnieuw speelde het weer mee.

De tweede stop in Zwitserland was ook anders dan op de heenweg. Bij het Vierwaldstättersee reden we de snelweg af, naar het plaatsje Beckenried. Daar was een pleintje met een info-centrum en sanitair. Ernaast lag een soort plantsoentje, waar de bus kon staan. Nu was er soep en zoute stengels uit de bus.

Het hotel in Mulhouse-Sausheim is ook een Mercure hotel, maar anders van inrichting. Als je binnenkomt zie je een enorme openhaard met schoorsteen en zithoek ervoor. De kamers zijn ruim. We aten in zaal Tokay (een druivensoort) tegenover de bar.

Zondag 23 oktober

Langs de uitlopers van de Vogezen naar het noorden. Vandaag was er opnieuw een bijzonder programmapunt. Een nieuwe of hernieuwde kennismaking met het Weingut van de familie Scherr in Hainfeld.

We werden welkom geheten door Karl-Ludwig en het proeven begon. Het was zoals altijd een geweldige ervaring. Karl-Ludwig vertelde op zijn eigen wijze over de wijnen, over zijn reis naar Canada en Californië. Bert, Andreas, Heidrun en ik zorgden voor de organisatorische afwikkeling. Terwijl we gingen inladen, nam Karl-Ludwig de rest mee naar zijn tuin. Ook daar kan hij uren over vertellen.

De lunch was in het Pfälzerwald. We hadden gereserveerd in een Waldhütte. Dat was maar goed ook. Omdat het opnieuw prachtig weer was, trok iedereen erop uit. Het was druk in de Waldhütte. Maar er waren  netjes tafels vrijgehouden. Karl-Ludwig reed voorop om de weg te wijzen en te helpen met parkeren. Hij bedacht een prachtige parkeerplaats voor de bus, aan het eind van een Forstweg.

Op het menubord stonden lekkere dingen voor onwaarschijnlijk gunstige prijzen. Het systeem was Nieuwzeelands; bestellen bij de balie en meteen betalen. Dan kreeg je een nummer, dat werd omgeroepen als je gerecht klaar stond. Er kon zelfs nog buiten gegeten worden, wat Bert en ik en Bim deden.

Niemand had haast om weg te gaan, maar uiteindelijk zaten we allemaal weer in de bus en reden we door bossen en wijngaarden naar de Autobahn. Nog één stop onderweg, met een eenvoudiger versie van een picknick en uiteindelijk bereikten we Velp. Daar werden de eerste reizigers opgewacht door het thuisfront. Alles uitladen, afscheid genomen en door naar Ugchelen. Hier eindigde de reis.

We hebben genoten van prachtig weer, mooie steden en stadjes, indrukwekkend landschap, aparte gm-etjes en van de gezelligheid met elkaar!